Paradox van Moravec
De paradox van Moravec, genoemd naar Hans Moravec die hem in 1988 beschreef, zegt dat "het relatief gemakkelijk is om computers prestaties op volwassen niveau te laten leveren bij intelligentietests of bij het spelen van dammen, en moeilijk of onmogelijk om ze de vaardigheden van een eenjarige te geven als het gaat om waarneming en motoriek".
Dit patroon dat ingaat tegen de intuïtie kan ontstaan doordat vaardigheden die voor mensen moeiteloos lijken, zoals het herkennen van gezichten of lopen, miljoenen jaren evolutie nodig hadden om zich te ontwikkelen, terwijl abstract redeneervermogen, zoals wiskunde, evolutionair gezien recent is.
Deze observatie werd in de jaren tachtig al geformuleerd door Moravec, Rodney Brooks, Marvin Minsky en anderen.
Minsky benadrukte eveneens dat de moeilijkste menselijke vaardigheden om te reconstrueren, die vaardigheden zijn die zich onder het niveau van bewustzijn bevinden. "Over het algemeen zijn we ons het minst bewust van wat onze geest het beste kan", schreef hij, en voegde eraan toe: "we zijn ons meer bewust van eenvoudige processen die niet goed werken dan van complexe processen die feilloos werken".
Steven Pinker schreef in 1994 dat "de belangrijkste les van vijfendertig jaar AI-onderzoek is dat de moeilijke problemen makkelijk zijn en de makkelijke problemen moeilijk".
Historische invloed op kunstmatige intelligentie
[bewerken | brontekst bewerken]In de beginjaren van het onderzoek naar kunstmatige intelligentie voorspelden vooraanstaande onderzoekers vaak dat ze binnen enkele decennia denkende machines zouden kunnen creëren. Hun optimisme kwam deels voort uit het feit dat ze erin geslaagd waren programma's te schrijven die gebruik maakten van logica, algebraïsche en meetkundige problemen op te lossen en spellen zoals dammen en schaken te spelen. Logica en algebra zijn moeilijk voor mensen en worden beschouwd als een teken van intelligentie.
Veel vooraanstaande onderzoekers gingen ervan uit dat, nu de "moeilijke" problemen (bijna) opgelost waren, de "gemakkelijke" problemen van visie en gezond verstand wel snel op hun plaats zouden vallen. Ze hadden het mis, en een van de redenen daarvoor is dat deze problemen helemaal niet eenvoudig zijn, maar juist ongelooflijk moeilijk. Het feit dat ze problemen zoals logica en algebra hadden opgelost, was irrelevant, omdat deze problemen extreem gemakkelijk door machines kunnen worden opgelost.
Rodney Brooks legt uit dat intelligentie volgens vroeg AI-onderzoek "het best gekarakteriseerd werd als de dingen die hoogopgeleide mannelijke wetenschappers uitdagend vonden", zoals schaken, symbolische integratie, het bewijzen van wiskundige stellingen en het oplossen van ingewikkelde woordalgebraproblemen. "Dingen die kinderen van vier of vijf jaar moeiteloos konden doen, zoals visueel onderscheid maken tussen een koffiekopje en een stoel, of op twee benen lopen, of de weg vinden van hun slaapkamer naar de woonkamer, werden niet beschouwd als activiteiten die intelligentie vereisten. Ook esthetische oordelen werden niet opgenomen in het repertoire van op intelligentie gebaseerde vaardigheden."
In de jaren tachtig zou dit Brooks ertoe brengen een nieuwe richting in te slaan in het onderzoek naar kunstmatige intelligentie en robotica. Hij besloot intelligente machines te bouwen die "geen cognitie hadden. Alleen waarneming en actie. Dat is alles wat ik zou bouwen en ik zou volledig afzien van wat traditioneel werd beschouwd als de intelligentie van kunstmatige intelligentie." Hij noemde deze nieuwe richting "Nouvelle AI".
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Moravec's paradox op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.